
Wanneer er zich in een familie een trauma voordoet, dan kan de schokgolf daarvan nog generaties lang doordenderen. Hoe snel deze schokgolf uitsterft, hangt dan van veel factoren af en is niet te voorspellen. Als een generatie bij zo’n trauma niet de juiste hulp en begeleiding krijgt, dan worden de gevolgen van het trauma via de opvoeding doorgegeven aan de volgende generatie(s).
Als je de pech hebt dat er zowel van vaders als van moeders kant een trauma wordt doorgegeven, zoals in mijn geval, dan kan dit zowel je zelfbeeld als je wereldbeeld flink aantasten. Je fundamenten worden dan al aangetast, nog voordat het feitelijke bouwen moet beginnen. Noem het maar “een slechte start”.
De grootvader van mijn vader – de vader van zijn moeder – is vermoord. Ik kan me goed voorstellen dat dit heeft bijgedragen aan het feit dat mijn vader een kwetsbaar-narcistische persoonlijkheid heeft ontwikkeld. Ik ben mede opgevoed door mijn vaders moeder en ik herinner me nog goed hoe vaak ze in tranen over de moord op haar eigen vader sprak, ook in haar latere leven. Ze had de 2de wereldoorlog van dichtbij meegemaakt en was een zoon verloren, die op jonge leeftijd door een auto-ongeval was overleden. Dat was ze nooit meer echt te boven gekomen. Als je zo verteerd wordt door al deze zware tegenslagen en verliezen in het leven, dan moet je wel heel stevig op je benen staan om nog een warme en liefdevolle opvoeding aan je kinderen te geven en vol vertrouwen in het leven staan. Wellicht heeft dit mijn vader al van kindsbeen af gevormd. Misschien miste hij de warmte en aandacht van zijn moeder en is dan medelijden beginnen gebruiken om deze aandacht te krijgen. Wie zal het zeggen? Ik weet alleen dat mijn vader enorm negatief in het leven staat en de verantwoordelijkheid voor zijn leven weigert in handen te nemen. Het leven overkomt hem en hij wordt erdoor geleefd in plaats van zelf het stuur in handen te nemen, want het lijkt allemaal te zwaar en te moeilijk te zijn. Alsof hij het al lang geleden heeft opgegeven.
Van mijn moeders kant is er dan het 2de wereldoorlog trauma. Haar vader had gecollaboreerd met de Duitsers en vloog na de oorlog voor geruime tijd de gevangenis in. Mijn moeder was toen nog een kind. De achterblijvende kinderen van collaborateurs werden door iedereen met de nek aangekeken en stevig gepest op school. Dat kan niet anders dan sporen nalaten bij een kind. Mijn moeder had de hoop dat alles zou beter zou worden wanneer haar vader uit de gevangenis zou terugkeren. Maar de vader die vele jaren later terugkwam was een ijskoude geharde man die alles was, behalve de lieve warme vader die mijn moeder zo lang gemist had. Haar wereld moet eentje zijn geweest van teleurstellingen, verdriet en gemis aan warmte.
En deze 2 mensen, mijn vader en mijn moeder, die beiden verlangden naar warmte en aandacht, vinden elkaar dan op deze wereld en besluiten om een gezin te stichten. Het zal ook wel niet toevallig zijn geweest dat ze elkaar gevonden hebben, want wat ze met elkaar gemeen hebben zijn de aangetaste fundamenten van hun bestaan. Twee door het leven hard aangepakte mensen waarvan ik dan weer het resultaat ben.
Voor mijn moeder werd het leven met al zijn ballast te zwaar, waardoor ze al jong heeft besloten om uit het leven te stappen. Mijn vader moest alleen verder. Een vader, die zo al moeite had met het leven, is op dat moment eigenlijk ook gestopt met leven en alleen nog bezig geweest met overleven. Tot overdaad van ramp moest hij dan ook nog 2 kleine baby’s opvoeden, mij en mijn broer. Hij heeft nooit hulp gezocht, want hij had totaal geen vertrouwen in alles wat een witte jas aan had. In die tijd hing er een taboe over zelfmoord, dus er werd waarschijnlijk niet veel over gepraat. Mijn vader is ook nooit hertrouwd.
Ik heb later gelukkig wel hulp gezocht en gevochten voor het leven. Dat was de enige manier om de schokgolf van het trauma af te remmen en de gevolgen ervan te beperken. Ik heb geen kinderen, dus bij mij stopt het doorgeven sowieso. Geen kinderen hebben was voor mij geen bewuste keuze, maar toch heb ik altijd het gevoel gehad dat ik daar niet klaar voor was. Ik had ook altijd de angst dat ik de volgende in lijn zou zijn die zijn kinderen slachtoffer zou maken van alles wat ik zelf nooit geleerd had. En veel had ik niet geleerd. Ik had alleen maar het voorbeeld gehad van hoe het zeker niet moest. Ergens diep in mij was ik constant in een strijd met mezelf verwikkeld. Een strijd tegen alle overbodige ballast en negativiteit die ik als een spons had opgezogen. Door die strijd bleef er geen ruimte over voor kinderen, want die strijd moest eerst gestreden worden. Ik had geen levensruimte als ik de kelder van mijn verleden niet eerst zou opruimen.
Pas veel later in het leven vond ik meer rust en zou die ruimte er wel zijn geweest, maar dan vond ik mezelf weer te oud. Maar ik ben nu gelukkig met het leven dat ik heb en geniet van wat er wel is.