Traumatigen.blog

Over mijn persoonlijke ervaringen met depressie, burn-out en trauma

Menu
  • Home
  • Blog
    • Als een bange kat
    • Voorgoed verdwenen in de mist
    • Bedplassen
    • De “omgekeerde” narcist
    • Verborgen narcisme
    • Omgaan met een verborgen narcist
    • Perfectionisme
    • Depressie
    • Het graf
    • Trauma
    • De oude wijze man
    • Burn-out en HSP
    • Hooggevoeligheid (HSP)
    • Vriendschappen (HSP)
Menu

Category: Trauma

De oude wijze man

Posted on December 23, 2024February 21, 2025 by Me

Ik heb altijd dat kritische stemmetje in mijn hoofd gehad dat me flink op mijn kop gaf nog voordat iemand anders daar de kans voor zou krijgen. Het stemmetje dat jou bij het minste en geringste afkraakt en jou vertelt dat je blijkbaar niks goed kan doen, dom en zwak bent. Het stemmetje dat je schuldig of slecht over jezelf doet voelen als je niet aan andermans verwachtingen kan voldoen.
Dit is het stemmetje van het verleden die met zijn echo’s voortwoekert in je gedachten. De lat ligt hoog en je moet alles perfect doen. Als je niet binnen de lijntjes kleurt krijg je op je kop van jezelf. In het begin ben je er zelfs niet van bewust dat je constant naar dat stemmetje aan het luisteren bent. Je weet niet beter meer en je bent er ook helemaal in beginnen geloven. Erger nog, je bent er geheel van doordrongen, dus waarom zou je het in twijfel trekken of er tegen in gaan. Dit soort negatieve gedachten over jezelf zijn erg krachtig. Niemand zou er in slagen om je met woorden zoveel kritiek te geven als je gedachten dat kunnen doen. Want je gedachten zijn er constant. Je gedachten bepalen het gevoel dat je over jezelf hebt. Je kan niet van jezelf houden als je zo streng bent voor jezelf. Als je niet van jezelf kan houden, hoe kan je dan anderen toelaten om van je te houden?
Je bewust worden van dat kritische stemmetje is de eerste stap om daar langzaam verandering in te kunnen brengen. Het stemmetje is eigenlijk niet meer relevant, want het komt voort uit wat je als kind hebt moeten doorstaan. Als kind had je geen andere keuze dan alle negativiteit te absorberen, want je was weerloos en overgeleverd aan degene(n) die je kwetste(n). Als volwassene hoef je niet meer naar dat stemmetje te luisteren en kun je leren het zoveel mogelijk te negeren of meer te zien als ongevraagd advies dat je net zo goed naast je kan neerleggen.

Als je je voorstelt dat de kritische stem uit het verleden je innerlijke kind nog steeds op zijn/haar kop geeft, dan kan jij de volwassene zijn die je innerlijke kind daarvoor beschermt of troost.

Als je je voorstelt dat je een oude wijze man ontmoet die jou helemaal niet kent. Een oude wijze man vol compassie en levenswijsheid. Stel, je vertelt je levensverhaal en alles wat je hebt moeten doorstaan aan deze man, die vol compassie naar je luistert. Zou deze man dan hetzelfde tegen je zeggen als het kritische stemmetje jou probeert te vertellen? Zou deze man zo streng voor je zijn als jij voor jezelf bent? Zeker niet! Dus als je, zoals de oude wijze man, met compassie en zonder vooroordelen naar jezelf zou kijken en je jezelf zou accepteren, zoals de oude man dat doet, dan besef je dat dat kritische stemmetje niet meer relevant is. Je bent de moeite waard zoals je bent.
Niemand is perfect en je mag fouten maken, want alleen door fouten te maken kan je leren. En geloof me, leren doe je tot je dood neervalt.

Trauma

Posted on December 18, 2024February 21, 2025 by Me

Wanneer er zich in een familie een trauma voordoet, dan kan de schokgolf daarvan nog generaties lang doordenderen. Hoe snel deze schokgolf uitsterft, hangt dan van veel factoren af en is niet te voorspellen. Als een generatie bij zo’n trauma niet de juiste hulp en begeleiding krijgt, dan worden de gevolgen van het trauma via de opvoeding doorgegeven aan de volgende generatie(s).
Als je de pech hebt dat er zowel van vaders als van moeders kant een trauma wordt doorgegeven, zoals in mijn geval, dan kan dit zowel je zelfbeeld als je wereldbeeld flink aantasten. Je fundamenten worden dan al aangetast, nog voordat het feitelijke bouwen moet beginnen. Noem het maar “een slechte start”.

De grootvader van mijn vader – de vader van zijn moeder – is vermoord. Ik kan me goed voorstellen dat dit heeft bijgedragen aan het feit dat mijn vader een kwetsbaar-narcistische persoonlijkheid heeft ontwikkeld. Ik ben mede opgevoed door mijn vaders moeder en ik herinner me nog goed hoe vaak ze in tranen over de moord op haar eigen vader sprak, ook in haar latere leven. Ze had de 2de wereldoorlog van dichtbij meegemaakt en was een zoon verloren, die op jonge leeftijd door een auto-ongeval was overleden. Dat was ze nooit meer echt te boven gekomen. Als je zo verteerd wordt door al deze zware tegenslagen en verliezen in het leven, dan moet je wel heel stevig op je benen staan om nog een warme en liefdevolle opvoeding aan je kinderen te geven en vol vertrouwen in het leven staan. Wellicht heeft dit mijn vader al van kindsbeen af gevormd. Misschien miste hij de warmte en aandacht van zijn moeder en is dan medelijden beginnen gebruiken om deze aandacht te krijgen. Wie zal het zeggen? Ik weet alleen dat mijn vader enorm negatief in het leven staat en de verantwoordelijkheid voor zijn leven weigert in handen te nemen. Het leven overkomt hem en hij wordt erdoor geleefd in plaats van zelf het stuur in handen te nemen, want het lijkt allemaal te zwaar en te moeilijk te zijn. Alsof hij het al lang geleden heeft opgegeven.
Van mijn moeders kant is er dan het 2de wereldoorlog trauma. Haar vader had gecollaboreerd met de Duitsers en vloog na de oorlog voor geruime tijd de gevangenis in. Mijn moeder was toen nog een kind. De achterblijvende kinderen van collaborateurs werden door iedereen met de nek aangekeken en stevig gepest op school. Dat kan niet anders dan sporen nalaten bij een kind. Mijn moeder had de hoop dat alles zou beter zou worden wanneer haar vader uit de gevangenis zou terugkeren. Maar de vader die vele jaren later terugkwam was een ijskoude geharde man die alles was, behalve de lieve warme vader die mijn moeder zo lang gemist had. Haar wereld moet eentje zijn geweest van teleurstellingen, verdriet en gemis aan warmte.
En deze 2 mensen, mijn vader en mijn moeder, die beiden verlangden naar warmte en aandacht, vinden elkaar dan op deze wereld en besluiten om een gezin te stichten. Het zal ook wel niet toevallig zijn geweest dat ze elkaar gevonden hebben, want wat ze met elkaar gemeen hebben zijn de aangetaste fundamenten van hun bestaan. Twee door het leven hard aangepakte mensen waarvan ik dan weer het resultaat ben.
Voor mijn moeder werd het leven met al zijn ballast te zwaar, waardoor ze al jong heeft besloten om uit het leven te stappen. Mijn vader moest alleen verder. Een vader, die zo al moeite had met het leven, is op dat moment eigenlijk ook gestopt met leven en alleen nog bezig geweest met overleven. Tot overdaad van ramp moest hij dan ook nog 2 kleine baby’s opvoeden, mij en mijn broer. Hij heeft nooit hulp gezocht, want hij had totaal geen vertrouwen in alles wat een witte jas aan had. In die tijd hing er een taboe over zelfmoord, dus er werd waarschijnlijk niet veel over gepraat. Mijn vader is ook nooit hertrouwd.

Ik heb later gelukkig wel hulp gezocht en gevochten voor het leven. Dat was de enige manier om de schokgolf van het trauma af te remmen en de gevolgen ervan te beperken. Ik heb geen kinderen, dus bij mij stopt het doorgeven sowieso. Geen kinderen hebben was voor mij geen bewuste keuze, maar toch heb ik altijd het gevoel gehad dat ik daar niet klaar voor was. Ik had ook altijd de angst dat ik de volgende in lijn zou zijn die zijn kinderen slachtoffer zou maken van alles wat ik zelf nooit geleerd had. En veel had ik niet geleerd. Ik had alleen maar het voorbeeld gehad van hoe het zeker niet moest. Ergens diep in mij was ik constant in een strijd met mezelf verwikkeld. Een strijd tegen alle overbodige ballast en negativiteit die ik als een spons had opgezogen. Door die strijd bleef er geen ruimte over voor kinderen, want die strijd moest eerst gestreden worden. Ik had geen levensruimte als ik de kelder van mijn verleden niet eerst zou opruimen.
Pas veel later in het leven vond ik meer rust en zou die ruimte er wel zijn geweest, maar dan vond ik mezelf weer te oud. Maar ik ben nu gelukkig met het leven dat ik heb en geniet van wat er wel is.

Het graf

Posted on December 1, 2024February 21, 2025 by Me

Doorheen mijn jonge jaren was het graf van mijn moeder symbool geworden van alle pijn en ellende die uit haar dood leken voort te vloeien. Het feit dat er zelden over haar en haar noodlottige dood gepraat werd, versterkte dat nog. Als ik als kind iets over mijn moeder vroeg, dan werd het stil en voelde je de stemming omslaan. Een donkere somberheid vulde dan de kamer en dezelfde foto’s werden dan weer uit de lade gehaald en getoond. Over haar dood werd alleen gezegd dat ze ziek was en daaraan gestorven was. Als kind wist je niet beter, maar je voelde dat er een diepe tragiek aan haar dood verbonden was. Vanzelf durfde je er als kind al bijna niet meer naar vragen.
Bijgevolg wist ik erg weinig over haar. Dat ontbrekende gedeelte van mijn identiteit heb ik nooit kunnen invullen. Ook in het verwerken van haar dood en het gemis stond ik alleen, want het verdriet was iets van mijn vader en andere volwassenen en niet van de kinderen. Wij hadden haar immers nooit echt gekend, dus waarom zouden we er dan last van hebben? Wat je niet kent, kun je toch niet missen!?
In mijn latere leven meed ik het bezoek aan haar graf, zodat ik datzelfde gevoel van somberheid en tragiek dat ik als kind voelde als het over mijn moeder ging, niet opnieuw hoefde te voelen. Want dat was wat het graf van mijn moeder met me deed. Het gemis aan een moederfiguur, de eenzaamheid en de emotionele schraalheid die ik thuis voelde, kwam daar nog bovenop.
Ik heb haar nooit verweten dat ze uit het leven is gestapt en ben ook nooit kwaad op haar geweest. Maar het gemis aan een moederfiguur heb ik wel altijd gevoeld. En als je iets in je leven mist, dan is de kans groot dat je dat gaat idealiseren of romantiseren. Heel vaak dacht ik vroeger: Als zij er nog zou zijn, dan zou het heel anders gelopen zijn en zou ons een hoop negativiteit en ellende bespaard gebleven zijn. Dan zou ik wel de onvoorwaardelijke liefde van een moeder gekend hebben. Dan zou ik wel de warmte en affectie gekend hebben.
Later in mijn leven heeft dat ideaalbeeld langzaam plaatsgemaakt voor een meer gematigd beeld.
Namelijk het beeld dat het misschien beter voor haar was dat ze er niet meer is, want ze zou alleen maar doodongelukkig zijn geweest bij mijn vader, net zoals ik. Ze zou waarschijnlijk niet de moed hebben gehad om bij hem weg te gaan, net zoals ik. Ik begon me meer en meer te identificeren met de moeder die ik niet kende, maar waarvan ik een steeds groter deel terugzag wanneer ik in de spiegel keek.
Omdat haar dood een wig had gedreven tussen haar familie en die van mijn vader vond ik het lastig om bij haar familie aan te kloppen om meer over mijn moeder te weten te komen. Ik vond het sowieso lastig om dit onderwerp aan te snijden, omdat het altijd zo beladen voelde en ik ervan uit ging dat ik een heel gekleurd verhaal te horen ging krijgen.

De coach, waar ik te rade was gegaan voor een burn-out, maakte me duidelijk dat ik eigenlijk nooit heb gerouwd om de dood van mijn moeder. Ze vroeg me wat een kind zou doen bij het bezoek aan het graf van zijn moeder. Het bleef stil, want ik wist het antwoord simpelweg niet. Ik had geen idee.
Vervolgens nam ze een glas water en hield het met gestrekte arm op afstand. Ze zei: “Het glas op afstand houden kost je veel energie. Je arm wordt moe, het glas voelt zwaar en je houdt het niet lang vol”. Daarna bracht ze het glas dicht bij haar hart en zei: “Het glas dicht bij je hart houden kost veel minder energie. Zo kan je het glas makkelijk langdurig vast houden zonder dat het te zwaar wordt”.
Met dit beeld sloeg de coach de nagel op de kop. Alles wat je angstvallig op afstand probeert te houden, om de pijn niet onder ogen te moeten zien, kost je een hoop energie. Uiteindelijk haalt dat wat je op afstand probeert te houden, je toch wel in. De pijn toelaten en je hart open stellen kost veel minder energie.
Zodoende ben ik het graf van mijn moeder stilaan weer gaan bezoeken. Het graf lag er bij als van iemand die al lang vergeten was. Ik vond dat ze een mooi graf verdient, als van iemand die gemist wordt. Dus ben ik het graf gaan opknappen en versieren met plantjes. Door op die manier mijn hart open te stellen en door de oude pijn heen te bijten, kwam ik dichter bij mijn moeder en kreeg ik terug een connectie met haar.
Ook haar foto, die een beetje uit het zicht stond boven op een hoge kast in mijn hobby kamer, heb ik op mijn bureau gezet, vol in het zicht. Allemaal kleine stapjes die me dichter bij haar brachten.
Toevallig was dit in de periode waarin mijn vader naar een rusthuis zou gaan en hij alle oude foto’s, dia’s, brieven en papieren had verzameld en gesorteerd in dozen. Uit nieuwsgierigheid heb ik al die dozen mee naar huis genomen om te kijken of ik hier nog wat extra informatie over mijn moeder kon vinden. Het kostte me een gans weekend van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat om door al die papieren en brieven heen te spitten en alle dia’s in te scannen. Ik vond tal van foto’s van mijn moeder die ik nog nooit gezien had. Ik vond ook schoolschriften en brieven van mijn moeder van op de lagere school. Er zaten zelfs brieven tussen die ze als tiener aan haar vader had geschreven toen deze een tijd in de gevangenis had gezeten en een brief die ze aan haar zus had geschreven over de moeilijke bevalling van mijn broer, ongeveer een half jaar voor haar dood. Een brief die mijn vader blijkbaar nooit aan haar zus had afgegeven.
Voor mij was dat een schat aan tastbare informatie vergeleken met het bitter weinige dat ik voorheen van haar had gezien of gehoord.
Ook ben ik op bezoek gegaan bij de nog in leven zijnde zus van mijn moeder, dus mijn tante, om te praten over hoe het leven van mijn moeder tijdens haar kindertijd was en in de tijd dat ze mijn vader had leren kennen. Ik denk dat het 30 jaar geleden was dat ik deze tante voor het laatst gezien had. De eerste minuten was het contact nog wat onwennig. Maar al vrij snel bleek hoe blij we beiden waren met dit vernieuwde contact. Beiden hadden we nood aan dit contact dat zich concentreerde rond mijn moeder, haar enige zus, die ze niet had kunnen helpen toen deze het leven niet meer zag zitten. Dat had haar haar leven lang achtervolgd.
Ik heb de brief die mijn moeder aan mijn tante had geschreven en die ik tussen alle papieren van mijn vader vond per post naar mijn tante gestuurd, zoals mijn moeder het zou gewild hebben. Nadien heb ik haar nog vaker bezocht.
Zo ben ik een stuk dichter bij mijn moeder gekomen en weer contact gekregen met mijn tante.

De moraal van dit verhaal is dat je er veel voor terugkrijgt als je je hart durft openstellen en de angst voor de pijn niet uit de weg gaat. Door van je hart een steen maken om je kwetsbaarheid te beschermen, loop je ook de liefde en warmte van anderen mis die op zielsniveau een connectie met je willen leggen.

Perfectionisme

Posted on September 26, 2024February 21, 2025 by Me

Vroeger had mijn vader een atlas waarin, naast kaarten van alle werelddelen, ook ons zonnestelsel en de Melkweg beschreven stonden. De mooie illustraties van de zon, planeten en de Melkweg fascineerden me en wekten mijn interesse. Als men me vroeg wat ik wilde worden, dan was het antwoord steevast: “astronaut” of “piloot”. Eigenlijk allebei als het even kon. Omdat ik toen blijkbaar al graag schreef, schreef ik de hele tekst over ons zonnestelsel uit die atlas over, zo netjes als ik maar kon. Ik mocht van mezelf geen enkele fout schrijven. Als ik dan toch een fout maakte, al was het de laatste zin aan de achterkant van een bladzijde die al aan beide kanten volgeschreven was, dan frommelde ik het papier tot een prop op en gooide het in de vuilbak, om dan weer van voren af aan te beginnen. Ik heb die tekst zo vaak geschreven dat ik grote stukken daarvan van buiten kende.
Mijn vader vond het iets om over te pochen dat zijn kind zo streng was voor zichzelf. Ik hoorde het hem vaker vertellen tegen familie of kennissen. Hij had zelfs de proppen papier uit de vuilbak gehaald als bewijsmateriaal. Zijn lijfspreuk was immers: “Als je iets doet, doe je het goed of je laat het maar”.
Als kind was ik dus al erg perfectionistisch en streng voor mezelf. Dat is ook iets wat ik nooit helemaal ben kwijtgeraakt. Misschien had ik dat perfectionisme al een beetje in mij. Doordat mijn vader het zag als een deugd kreeg ik er erkenning door. Zijn pochen vond ik eigenlijk niet leuk omdat ik erg verlegen was en zeker niet in de belangstelling wou staan. Maar ik snakte naar erkenning en het idee iets goeds gedaan te hebben.
Mijn vader had niet het vermogen om me te waarderen als persoon, om wie ik ben, maar enkel om hoe goed ik iets deed (zie ook: De “omgekeerde” narcist). Mijn moeder was overleden (zie ook: Voorgoed verdwenen in de mist), dus ik had alleen mijn vader als rolmodel. Omdat ik enkel erkenning kreeg als ik iets heel goed deed, is mijn focus gaan liggen op presteren. Perfectionisme werd een nobel streven, omdat het me erkenning bezorgde.
In dat streven zit een zekere ironie omdat mijn vader waarschijnlijk over mijn prestaties pochte om te laten zien wat een goede vader hij was. Wie zocht er eigenlijk erkenning, hij of ik?
Gaandeweg werd ik nog strenger voor mezelf dan mijn vader voor mij was. De lat werd hoog gelegd en de constante dreiging van falen, die altijd op de loer lag, gaf een constante druk en maakte me onzeker.
Als de schoolcijfers eens wat minder waren, dan kreeg je meteen een bolwassing over hoe hard hij dag en nacht moest werken om ons te laten studeren en dat studeren de enige kans was voor een goede toekomst.
Toen ik na de middelbare school ging verder studeren vond mijn vader dat ik zo hoog mogelijk moest mikken en werd zo de druk nog wat opgevoerd. Hij drukte me op het hart dat als ik niet zou slagen en een jaar zou moeten overdoen, hij het niet meer zou kunnen betalen en het dus afgelopen was met studeren. Met die druk op de schouders, in al mijn onzekerheid en met een gevoel voor eigenwaarde dat al tot ver onder mijn schoenzolen gezakt was, ben ik aan de hogere studies begonnen.
Ik was nog extra vatbaar voor die druk omdat ik een pleaser ben die niemand wil teleurstellen. Ook weer een manier om erkenning te krijgen. En bovendien geen al te goede combinatie met een vader die dat maar al te goed wist te benutten.


Bedplassen

Posted on August 7, 2024February 21, 2025 by Me

Ik heb heel lang in bed geplast. Ik denk wel tot mijn 17de. Mijn broer ook, maar veel minder lang dan ik, als ik het me goed herinner. Telkens als het weer eens gebeurd was, maakte mijn vader er een enorm drama van. “Wat gaan de buren wel niet denken als ze de lakens weer zien buiten hangen?”. “Wat als een van de buren binnenkomt en het ruikt?”. Naast het feit dat ik het zelf al verschrikkelijk genoeg vond, maakte mijn vader het nog erger met zijn ongepast grove reacties en gescheld. “Je zult wel weer te veel hebben gedronken voor je ging slapen, het is altijd hetzelfde met jou!”. “Ik heb je al 100 keer gezegd om niets meer te drinken voor het slapen gaan. Nu zit ik weer met het gezeik”.
Mijn vader reageerde altijd alsof hij het slachtoffer was, die met alle ellende van de wereld moest dealen. Hij stond er geen seconde bij stil hoe het voor mij voelde om nog wat verwijten naar mijn hoofd geslingerd te krijgen. Mijn zelfvertrouwen zat al beneden mijn schoenzolen. Ook zonder zijn gescheld schaamde ik me kapot dat ik in bed plaste. Van mijn vader hoefde ik geen steun of troost verwachten. Hij was per slot van rekening degene die getroost moest worden, niet ik. En zo ging het altijd.
Je kon gewoonweg niets goed doen en je kreeg ook niet de kans om fouten te maken en daarvan te leren. Of je deed iets in één keer goed of je bleef er maar met je “poten” vanaf. En als je toch vond dat je er met je “poten” aan moest zitten, nou, dan zwaaide er wat. En wee je gebeente als er wat zwaaide, want dan zwaaide het goed en zonder rem, met volle agressie en frustratie. Gepraat of iets uitgelegd werd er nooit, alleen geslagen, gescholden en het slachtoffer uithangen.
Niet zo gek dat ik dacht dat ik enige op de hele wereld was die tot laat in zijn tienerjaren in bed plaste, want behalve schelden en verwijten werd er niets mee gedaan.
We werden wereldvreemd en archaïsch opgevoed door een vader die zich gedroeg als een meedogenloze tiran. Telkens opnieuw gebruikte hij de slachtofferrol als excuus voor zijn gedrag: “Ik moet me godverdomme dag en nacht kapot werken voor jullie en dan krijg ik dit”.
Heel dubbel voelt het allemaal als je tegelijk met een tiran en een slachtoffer te maken krijgt.
Ik denk dat de slachtofferrol op mij nog het meeste indruk maakte. De slaag die je kreeg, deed wel pijn, maar dat was op je huid en voelde je maar tijdelijk. De voortdurende verwijten en psychische manipulatie gingen echter onder je huid zitten. Het ging aan je zelfvertrouwen knagen en zadelde je op met een vals verantwoordelijkheidsgevoel. Je ging je verantwoordelijk en schuldig voelen voor het feit dat je hem het leven zo zuur maakte. Ik weet niet of ik altijd een pleaser ben geweest of dat ik door die omstandigheden een pleaser ben geworden. Maar ik denk dat ik wel extra vatbaar was voor dit soort psychische manipulatie.
Toen ik verder ging studeren na de middelbare school op mijn 18de, was ik doodsbang dat ik op kamers ook in bed zou plassen. Zou ik het dan wel kunnen verstoppen voor het oog van medestudenten als het zou gebeuren? Ik zag de “bui” al hangen.
Bij een bezoek aan een oom kwam het bedplassen ter sprake. Deze oom was een broer van mijn moeder en was psychiater. Mijn vader had hem verteld dat ik nog altijd vaak in bed plaste. Dus de oom nam me even terzijde in zijn werkkamer voor een gesprek. Ik zat daar met het schaamrood op mijn wangen. Toen vertelde hij me dat hij op het internaat van een katholieke school gezeten had toen hij “bij de paters” studeerde. Daar had hij vaker in bed geplast en de paters hadden het laken op de gang uitgespreid waar hij bij stond zodat iedereen het kon zien.
Mijn mond viel zowat open van verbazing. Ik was dus niet de enige op de hele wereld die in bed plaste. Mijn oom had ook in bed geplast! Ik was met stomheid geslagen.
Nu moet je weten dat ik heel erg opkeek naar die oom. Wij kwamen uit een armoedig gezin, terwijl die oom een enorm groot huis had. De kinderen hadden spullen waarvan we alleen maar konden dromen en van buitenaf leek het een perfect gezinnetje dat in harmonie leefde. Voor mij was dat als een sprookje. Meer contrast met de nachtmerrie waarin ik leefde, kon er niet zijn.
Na dat gesprek met mijn oom heb ik nooit meer in bed geplast.
Vele jaren later, toen ik aan de zus van mijn moeder mijn levensverhaal vertelde en het bedplassen vermelde, reageerde ze onmiddellijk met: “O, maar dat heb ik ook gedaan en zelfs nog toen ik getrouwd was”. Blijkbaar hadden zowel de zus als de broer van mijn moeder nog lang in bed geplast.
Inmiddels weet ik dat er een erfelijke factor is gemoeid met bedplassen. Als een van de ouders het deed, dan heeft het kind meer kans op bedplassen. Maar het kan ook veroorzaakt worden door stress of trauma (PTSS = PostTraumatisch Stress Syndroom).
Mijn moeder, haar zus en broer hebben een traumatische jeugd gehad met een vader die na de oorlog lang in de gevangenis heeft gezeten. De kinderen werden verdeeld onder familie en kennissen en hadden altijd gedacht dat alles beter zou worden wanneer hun vader uit de gevangenis zou terugkomen. Maar eenmaal terug uit de gevangenis begon de ellende pas goed. De geïdealiseerde grote afwezige bleek een koele bullebak zonder enig medelijden. Of hij zo was geworden in gevangenis of altijd al zo was geweest, weet ik niet.
Ik weet niet of mijn moeder in haar jeugd last had van bedplassen. Dus het kan bij mij een erfelijke factor zijn, maar het zou me ook niet verbazen als het een gevolg is van alle stress tijdens mijn jeugd. Wie weet, misschien een combinatie van deze twee factoren.
Over de persoonlijkheid van mijn vader heb ik een aparte blog geschreven: De verborgen narcist


Als een bange kat

Posted on July 31, 2024February 21, 2025 by Me

Reeds als kleuter was ik dol op katten. Het was een beetje mijn bron van onvoorwaardelijke liefde, want een andere was er niet in mijn jeugd. Ik heb mijn hele leven lang katten gehouden, als het enigszins mogelijk was.
Eén van onze katten hebben we uit het asiel vandaan gehaald, zoals we vroeger al vaker hadden gedaan. Bij ons bezoek aan de kattenverblijven was er één kat die me meteen opviel. Ze zat met hele grote ogen superbang en als verstijfd te kijken naar al de mensen die voorbij liepen. Alsof ze bang was dat ze uitgekozen zou worden.
Ik wist gelijk: deze kat wil ik, want ik zag dat ze mensen nodig heeft die veel geduld en liefde voor katten hebben. Ik dacht: als ik niet voor haar ga, dan gaat misschien niemand voor haar. Want wie wil er nu zo’n bange kat?
We namen haar mee naar huis en lieten haar eerst wennen in onze logeerkamer, zodat ze niet meteen geconfronteerd werd met onze andere kat. Meteen nadat ze uit de vervoersbox werd gelaten, vluchtte ze het bed onder. Daar heeft ze zich 3 volle weken verschuilt. Iedere dag ging ik of mijn vrouw aan dat bed op de grond zitten om haar gerust te stellen met snoepjes en spelen en haar vertrouwen te winnen. We hadden een camera in de kamer geïnstalleerd en zagen dat ze alleen ‘s nachts onder het bed vandaan kwam als niemand in de buurt was. Heel voorzichtig en schuw verkende ze dan de kamer. Bij het minste geluid vluchtte ze dan weer het bed onder, om daar weer uren te schuilen.

Nu na jaren vertrouwt ze ons, maar in bepaalde situaties komt de oude angstreflex terug naar boven en raakt ze weer in de stress. Door de jaren heen kan ze steeds sneller terugschakelen van angst naar vertrouwen en komt ze sneller weer uit haar vluchtoord tevoorschijn.

Wat trok me zo aan in deze kat?
Wel, ik denk dat mijn innerlijke kind zich in deze kat herkende. Misschien heeft deze kat iets meegemaakt in de beginfase van haar leven, waardoor ze het vertrouwen in mensen was kwijtgeraakt, net zoals ik. En, net zoals deze kat, heb ik na al die jaren nog steeds een soort angstreflex wanneer het oud zeer, het trauma wordt getriggerd. Door steeds meer bewust te worden dat het een reflex is, een reactie op oude pijn, kan ik gaandeweg sneller terugschakelen van angst naar vertrouwen. Zoals bij deze kat heeft het bij mij ook lang geduurd voordat ik mijn beschermingsmuren durfde te laten zakken en zodat mijn ware ik tot ontwikkeling kon komen. Wanneer je je verschuilt achter hoge muren om je kwetsbaarheid te verbergen en jezelf te beschermen, dan ontzeg je jezelf ook de mogelijkheid om liefde en warmte te ontvangen en te groeien. Angst is nooit een goede raadgever, want het voorkomt dat je stappen maakt. Het voorkomt dat je jezelf verder ontwikkelt door te leren uit de fouten die je maakt, want je durft helemaal geen fouten te maken.
Je kan je muren zo hoog maken dat je er zelf niet meer over geraakt en ook niet meer kan zien dat de wereld buiten de muren niet altijd zo bedreigend is dan je denkt.
Zoals deze kat met veel geduld terug heeft geleerd te genieten van liefde, aandacht en warmte, heb ik dat ook moeten leren toelaten. Eigenlijk is het leren om van jezelf te houden, jezelf die liefde en warmte te gunnen en je kwetsbaarheid te omarmen, dan komt de rest vanzelf.
Het enige verschil met de kat is dat ik kattenbrokken vies vind smaken. 😉

© 2026 Traumatigen.blog | Powered by Minimalist Blog WordPress Theme