Traumatigen.blog

Over mijn persoonlijke ervaringen met depressie, burn-out en trauma

Menu
  • Home
  • Blog
    • Als een bange kat
    • Voorgoed verdwenen in de mist
    • Bedplassen
    • De “omgekeerde” narcist
    • Verborgen narcisme
    • Omgaan met een verborgen narcist
    • Perfectionisme
    • Depressie
    • Het graf
    • Trauma
    • De oude wijze man
    • Burn-out en HSP
    • Hooggevoeligheid (HSP)
    • Vriendschappen (HSP)
Menu

Category: Angst

Het graf

Posted on December 1, 2024February 21, 2025 by Me

Doorheen mijn jonge jaren was het graf van mijn moeder symbool geworden van alle pijn en ellende die uit haar dood leken voort te vloeien. Het feit dat er zelden over haar en haar noodlottige dood gepraat werd, versterkte dat nog. Als ik als kind iets over mijn moeder vroeg, dan werd het stil en voelde je de stemming omslaan. Een donkere somberheid vulde dan de kamer en dezelfde foto’s werden dan weer uit de lade gehaald en getoond. Over haar dood werd alleen gezegd dat ze ziek was en daaraan gestorven was. Als kind wist je niet beter, maar je voelde dat er een diepe tragiek aan haar dood verbonden was. Vanzelf durfde je er als kind al bijna niet meer naar vragen.
Bijgevolg wist ik erg weinig over haar. Dat ontbrekende gedeelte van mijn identiteit heb ik nooit kunnen invullen. Ook in het verwerken van haar dood en het gemis stond ik alleen, want het verdriet was iets van mijn vader en andere volwassenen en niet van de kinderen. Wij hadden haar immers nooit echt gekend, dus waarom zouden we er dan last van hebben? Wat je niet kent, kun je toch niet missen!?
In mijn latere leven meed ik het bezoek aan haar graf, zodat ik datzelfde gevoel van somberheid en tragiek dat ik als kind voelde als het over mijn moeder ging, niet opnieuw hoefde te voelen. Want dat was wat het graf van mijn moeder met me deed. Het gemis aan een moederfiguur, de eenzaamheid en de emotionele schraalheid die ik thuis voelde, kwam daar nog bovenop.
Ik heb haar nooit verweten dat ze uit het leven is gestapt en ben ook nooit kwaad op haar geweest. Maar het gemis aan een moederfiguur heb ik wel altijd gevoeld. En als je iets in je leven mist, dan is de kans groot dat je dat gaat idealiseren of romantiseren. Heel vaak dacht ik vroeger: Als zij er nog zou zijn, dan zou het heel anders gelopen zijn en zou ons een hoop negativiteit en ellende bespaard gebleven zijn. Dan zou ik wel de onvoorwaardelijke liefde van een moeder gekend hebben. Dan zou ik wel de warmte en affectie gekend hebben.
Later in mijn leven heeft dat ideaalbeeld langzaam plaatsgemaakt voor een meer gematigd beeld.
Namelijk het beeld dat het misschien beter voor haar was dat ze er niet meer is, want ze zou alleen maar doodongelukkig zijn geweest bij mijn vader, net zoals ik. Ze zou waarschijnlijk niet de moed hebben gehad om bij hem weg te gaan, net zoals ik. Ik begon me meer en meer te identificeren met de moeder die ik niet kende, maar waarvan ik een steeds groter deel terugzag wanneer ik in de spiegel keek.
Omdat haar dood een wig had gedreven tussen haar familie en die van mijn vader vond ik het lastig om bij haar familie aan te kloppen om meer over mijn moeder te weten te komen. Ik vond het sowieso lastig om dit onderwerp aan te snijden, omdat het altijd zo beladen voelde en ik ervan uit ging dat ik een heel gekleurd verhaal te horen ging krijgen.

De coach, waar ik te rade was gegaan voor een burn-out, maakte me duidelijk dat ik eigenlijk nooit heb gerouwd om de dood van mijn moeder. Ze vroeg me wat een kind zou doen bij het bezoek aan het graf van zijn moeder. Het bleef stil, want ik wist het antwoord simpelweg niet. Ik had geen idee.
Vervolgens nam ze een glas water en hield het met gestrekte arm op afstand. Ze zei: “Het glas op afstand houden kost je veel energie. Je arm wordt moe, het glas voelt zwaar en je houdt het niet lang vol”. Daarna bracht ze het glas dicht bij haar hart en zei: “Het glas dicht bij je hart houden kost veel minder energie. Zo kan je het glas makkelijk langdurig vast houden zonder dat het te zwaar wordt”.
Met dit beeld sloeg de coach de nagel op de kop. Alles wat je angstvallig op afstand probeert te houden, om de pijn niet onder ogen te moeten zien, kost je een hoop energie. Uiteindelijk haalt dat wat je op afstand probeert te houden, je toch wel in. De pijn toelaten en je hart open stellen kost veel minder energie.
Zodoende ben ik het graf van mijn moeder stilaan weer gaan bezoeken. Het graf lag er bij als van iemand die al lang vergeten was. Ik vond dat ze een mooi graf verdient, als van iemand die gemist wordt. Dus ben ik het graf gaan opknappen en versieren met plantjes. Door op die manier mijn hart open te stellen en door de oude pijn heen te bijten, kwam ik dichter bij mijn moeder en kreeg ik terug een connectie met haar.
Ook haar foto, die een beetje uit het zicht stond boven op een hoge kast in mijn hobby kamer, heb ik op mijn bureau gezet, vol in het zicht. Allemaal kleine stapjes die me dichter bij haar brachten.
Toevallig was dit in de periode waarin mijn vader naar een rusthuis zou gaan en hij alle oude foto’s, dia’s, brieven en papieren had verzameld en gesorteerd in dozen. Uit nieuwsgierigheid heb ik al die dozen mee naar huis genomen om te kijken of ik hier nog wat extra informatie over mijn moeder kon vinden. Het kostte me een gans weekend van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat om door al die papieren en brieven heen te spitten en alle dia’s in te scannen. Ik vond tal van foto’s van mijn moeder die ik nog nooit gezien had. Ik vond ook schoolschriften en brieven van mijn moeder van op de lagere school. Er zaten zelfs brieven tussen die ze als tiener aan haar vader had geschreven toen deze een tijd in de gevangenis had gezeten en een brief die ze aan haar zus had geschreven over de moeilijke bevalling van mijn broer, ongeveer een half jaar voor haar dood. Een brief die mijn vader blijkbaar nooit aan haar zus had afgegeven.
Voor mij was dat een schat aan tastbare informatie vergeleken met het bitter weinige dat ik voorheen van haar had gezien of gehoord.
Ook ben ik op bezoek gegaan bij de nog in leven zijnde zus van mijn moeder, dus mijn tante, om te praten over hoe het leven van mijn moeder tijdens haar kindertijd was en in de tijd dat ze mijn vader had leren kennen. Ik denk dat het 30 jaar geleden was dat ik deze tante voor het laatst gezien had. De eerste minuten was het contact nog wat onwennig. Maar al vrij snel bleek hoe blij we beiden waren met dit vernieuwde contact. Beiden hadden we nood aan dit contact dat zich concentreerde rond mijn moeder, haar enige zus, die ze niet had kunnen helpen toen deze het leven niet meer zag zitten. Dat had haar haar leven lang achtervolgd.
Ik heb de brief die mijn moeder aan mijn tante had geschreven en die ik tussen alle papieren van mijn vader vond per post naar mijn tante gestuurd, zoals mijn moeder het zou gewild hebben. Nadien heb ik haar nog vaker bezocht.
Zo ben ik een stuk dichter bij mijn moeder gekomen en weer contact gekregen met mijn tante.

De moraal van dit verhaal is dat je er veel voor terugkrijgt als je je hart durft openstellen en de angst voor de pijn niet uit de weg gaat. Door van je hart een steen maken om je kwetsbaarheid te beschermen, loop je ook de liefde en warmte van anderen mis die op zielsniveau een connectie met je willen leggen.

Depressie

Posted on November 24, 2024February 21, 2025 by Me

Ik was 27 jaar oud en woonde nog thuis bij mijn vader en diens moeder. Die laatste heeft mij en mijn broer opgevoed. We leefden een eenvoudig bestaan in haar huis. Je mag wel zeggen dat we onderaan de maatschappelijke ladder bengelden met weinig financiële middelen.
Rond deze leeftijd ben ik totaal overspannen geraakt en weggegleden in een depressie. Zelfs de simpelste dingen lukten me niet meer en mijn hoofd was een grote wervelwind van terugkerende negatieve sombere gedachten. Dag en nacht raasde deze wervelwind gestaag verder in mijn hoofd. Je slaapt niet meer goed. Daardoor ben je nog futlozer dan je al was, en worden je gedachten nog donkerder. Je zit gevangen in een negatieve spiraal waaruit je geen uitweg meer ziet.
Je bent op dat moment eigenlijk een kip zonder kop, want je ratio is voor onbepaalde tijd met vakantie en het enige waar je nog toe in staat bent is doemdenken. Je angsten en onzekerheden nemen de regie over en bezetten je hoofd.
Het was alsof er een enorm vergrootglas lag op alles wat ik voorheen al niet goed vond aan mezelf. Het kritische destructieve stemmetje in mijn hoofd had een parlofoon gekregen.
Ik voelde me totaal verloren en machteloos.
Ik had op dat moment totaal geen idee waarom ik me zo voelde en waarom dit me nu overkwam. Ik was tamelijk wereldvreemd opgevoed en gevoelens waren er alleen maar om weg te stoppen. Er was ook nooit gepraat over de postnatale depressie van mijn moeder, dus ik had ook geen notie over wat een depressie eigenlijk is. Mijn vader had trouwens niet het empathisch vermogen om iets zinnigs te zeggen over de depressie van mijn moeder. Wat mentale problemen betrof, had ik totaal geen kaas gegeten, dus ik wist ook niet wat ik met mezelf aan moest. Het enige dat ik wel wist, was dat ik niet in staat was om te werken. Ik schaamde me diep voor de buitenwereld omdat ik dacht dat men aan me zou zien wat ik van binnen voelde, dat ik een zwakkeling was of gek geworden was.
Ik herinner me nog de troostende woorden van mijn vader die zei: “Je moeder had dat ook en jij zal dat wel van haar hebben”. Dat gaf de burger moed.
Mijn vader had mijn oom (de broer van mijn moeder), die psychiater was, gebeld en uitgelegd wat er aan de hand was. Mijn oom had mijn vader op het hart gedrukt dat de klok op vijf voor twaalf stond, dat ik dringend hulp nodig had en dat hij me wel kon helpen.
Zo ben ik op de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis beland waar mijn oom werkte. Daar kreeg ik te horen dat ik een ongezonde symbiotische relatie met mijn vader had en dat het tijd was om daar iets aan te doen. Ik was daar tot dan toe totaal blind voor geweest en wist ook eigenlijk niet beter. Gedurende de maanden die volgden had ik heel veel tijd om na te denken. Ik had mijn gevoelens altijd weggestopt, genegeerd en had dus ook nooit geleerd om ze onder woorden te brengen. Het was des te moeilijker om met mijn eigen oom te praten over hoe ik me voelde. De schaamte en het gevoel van waardeloosheid hielpen hier ook niet echt bij.
Heel geleidelijk gingen mijn ogen open. De rust en de afstand tot mijn dagelijks leven hielpen om alles weer op een rijtje te zetten. De focus, die eerst alleen maar lag op alles wat ik afkeurde aan mezelf, schoof nu langzaam naar de dynamiek binnen ons gezin en het gedrag van mijn vader. Het voelde alsof ik nog maar net aan een puzzel van 1000 stukjes was begonnen en nog geen idee had welke afbeelding de puzzel zou krijgen. Wat ik voorheen als “normaal” had gezien, werd nu in twijfel getrokken en onder de loep genomen.
Ook al leek het voor mij alsof de depressie uit het niets kwam, toch was deze zich al jaren aan het opbouwen tot een laatste druppel de emmer deed overlopen. De laatste druppel lijkt dan de oorzaak te zijn, maar de emmer is al jaren langzaam aan het vol lopen.
De depressie was het alarmsignaal dat ik nodig had om “wakker” te worden en het stuur van mijn leven in eigen handen te nemen, in plaats van geleefd te worden. Eerst moest ik leren om mezelf genoeg te waarderen om naar mijn eigen gevoelens te luisteren, deze gevoelens te uiten en ernaar te handelen.
Ik herinner me nog goed de allereerste keer dat ik voor een psycholoog zat en deze me vroeg hoe ik me voelde. Die vraag overviel me en ik moest hem het antwoord schuldig blijven. Nog nooit had iemand me gevraagd hoe ik me voelde. Erger nog, ik had mezelf nog nooit gevraagd hoe ik me voelde.
Het voelde als een groot zwart gat vanbinnen waarin alles verdween om zo diep mogelijk weggestopt te worden. De dikke burchtmuren die ik om me heen had opgetrokken om mezelf te beschermen, hadden ervoor gezorgd dat ik zelf stikte en moesten nu stilaan afgebroken worden.
Als je dikke muren om je heen bouwt als bescherming, dan ben je ook onbereikbaar voor mensen die het goed met je voor hebben. Je gunt jezelf misschien de warmte en liefde niet, maar je loopt deze sowieso mis als je je muren niet durft laten zakken.
Ik was 27 en stond nog maar aan het begin van een lang, soms pijnlijk maar leerzaam en noodzakelijk proces van vallen en weer opstaan, om mezelf te bevrijden van de invloed van mijn verleden.

Perfectionisme

Posted on September 26, 2024February 21, 2025 by Me

Vroeger had mijn vader een atlas waarin, naast kaarten van alle werelddelen, ook ons zonnestelsel en de Melkweg beschreven stonden. De mooie illustraties van de zon, planeten en de Melkweg fascineerden me en wekten mijn interesse. Als men me vroeg wat ik wilde worden, dan was het antwoord steevast: “astronaut” of “piloot”. Eigenlijk allebei als het even kon. Omdat ik toen blijkbaar al graag schreef, schreef ik de hele tekst over ons zonnestelsel uit die atlas over, zo netjes als ik maar kon. Ik mocht van mezelf geen enkele fout schrijven. Als ik dan toch een fout maakte, al was het de laatste zin aan de achterkant van een bladzijde die al aan beide kanten volgeschreven was, dan frommelde ik het papier tot een prop op en gooide het in de vuilbak, om dan weer van voren af aan te beginnen. Ik heb die tekst zo vaak geschreven dat ik grote stukken daarvan van buiten kende.
Mijn vader vond het iets om over te pochen dat zijn kind zo streng was voor zichzelf. Ik hoorde het hem vaker vertellen tegen familie of kennissen. Hij had zelfs de proppen papier uit de vuilbak gehaald als bewijsmateriaal. Zijn lijfspreuk was immers: “Als je iets doet, doe je het goed of je laat het maar”.
Als kind was ik dus al erg perfectionistisch en streng voor mezelf. Dat is ook iets wat ik nooit helemaal ben kwijtgeraakt. Misschien had ik dat perfectionisme al een beetje in mij. Doordat mijn vader het zag als een deugd kreeg ik er erkenning door. Zijn pochen vond ik eigenlijk niet leuk omdat ik erg verlegen was en zeker niet in de belangstelling wou staan. Maar ik snakte naar erkenning en het idee iets goeds gedaan te hebben.
Mijn vader had niet het vermogen om me te waarderen als persoon, om wie ik ben, maar enkel om hoe goed ik iets deed (zie ook: De “omgekeerde” narcist). Mijn moeder was overleden (zie ook: Voorgoed verdwenen in de mist), dus ik had alleen mijn vader als rolmodel. Omdat ik enkel erkenning kreeg als ik iets heel goed deed, is mijn focus gaan liggen op presteren. Perfectionisme werd een nobel streven, omdat het me erkenning bezorgde.
In dat streven zit een zekere ironie omdat mijn vader waarschijnlijk over mijn prestaties pochte om te laten zien wat een goede vader hij was. Wie zocht er eigenlijk erkenning, hij of ik?
Gaandeweg werd ik nog strenger voor mezelf dan mijn vader voor mij was. De lat werd hoog gelegd en de constante dreiging van falen, die altijd op de loer lag, gaf een constante druk en maakte me onzeker.
Als de schoolcijfers eens wat minder waren, dan kreeg je meteen een bolwassing over hoe hard hij dag en nacht moest werken om ons te laten studeren en dat studeren de enige kans was voor een goede toekomst.
Toen ik na de middelbare school ging verder studeren vond mijn vader dat ik zo hoog mogelijk moest mikken en werd zo de druk nog wat opgevoerd. Hij drukte me op het hart dat als ik niet zou slagen en een jaar zou moeten overdoen, hij het niet meer zou kunnen betalen en het dus afgelopen was met studeren. Met die druk op de schouders, in al mijn onzekerheid en met een gevoel voor eigenwaarde dat al tot ver onder mijn schoenzolen gezakt was, ben ik aan de hogere studies begonnen.
Ik was nog extra vatbaar voor die druk omdat ik een pleaser ben die niemand wil teleurstellen. Ook weer een manier om erkenning te krijgen. En bovendien geen al te goede combinatie met een vader die dat maar al te goed wist te benutten.


Als een bange kat

Posted on July 31, 2024February 21, 2025 by Me

Reeds als kleuter was ik dol op katten. Het was een beetje mijn bron van onvoorwaardelijke liefde, want een andere was er niet in mijn jeugd. Ik heb mijn hele leven lang katten gehouden, als het enigszins mogelijk was.
Eén van onze katten hebben we uit het asiel vandaan gehaald, zoals we vroeger al vaker hadden gedaan. Bij ons bezoek aan de kattenverblijven was er één kat die me meteen opviel. Ze zat met hele grote ogen superbang en als verstijfd te kijken naar al de mensen die voorbij liepen. Alsof ze bang was dat ze uitgekozen zou worden.
Ik wist gelijk: deze kat wil ik, want ik zag dat ze mensen nodig heeft die veel geduld en liefde voor katten hebben. Ik dacht: als ik niet voor haar ga, dan gaat misschien niemand voor haar. Want wie wil er nu zo’n bange kat?
We namen haar mee naar huis en lieten haar eerst wennen in onze logeerkamer, zodat ze niet meteen geconfronteerd werd met onze andere kat. Meteen nadat ze uit de vervoersbox werd gelaten, vluchtte ze het bed onder. Daar heeft ze zich 3 volle weken verschuilt. Iedere dag ging ik of mijn vrouw aan dat bed op de grond zitten om haar gerust te stellen met snoepjes en spelen en haar vertrouwen te winnen. We hadden een camera in de kamer geïnstalleerd en zagen dat ze alleen ‘s nachts onder het bed vandaan kwam als niemand in de buurt was. Heel voorzichtig en schuw verkende ze dan de kamer. Bij het minste geluid vluchtte ze dan weer het bed onder, om daar weer uren te schuilen.

Nu na jaren vertrouwt ze ons, maar in bepaalde situaties komt de oude angstreflex terug naar boven en raakt ze weer in de stress. Door de jaren heen kan ze steeds sneller terugschakelen van angst naar vertrouwen en komt ze sneller weer uit haar vluchtoord tevoorschijn.

Wat trok me zo aan in deze kat?
Wel, ik denk dat mijn innerlijke kind zich in deze kat herkende. Misschien heeft deze kat iets meegemaakt in de beginfase van haar leven, waardoor ze het vertrouwen in mensen was kwijtgeraakt, net zoals ik. En, net zoals deze kat, heb ik na al die jaren nog steeds een soort angstreflex wanneer het oud zeer, het trauma wordt getriggerd. Door steeds meer bewust te worden dat het een reflex is, een reactie op oude pijn, kan ik gaandeweg sneller terugschakelen van angst naar vertrouwen. Zoals bij deze kat heeft het bij mij ook lang geduurd voordat ik mijn beschermingsmuren durfde te laten zakken en zodat mijn ware ik tot ontwikkeling kon komen. Wanneer je je verschuilt achter hoge muren om je kwetsbaarheid te verbergen en jezelf te beschermen, dan ontzeg je jezelf ook de mogelijkheid om liefde en warmte te ontvangen en te groeien. Angst is nooit een goede raadgever, want het voorkomt dat je stappen maakt. Het voorkomt dat je jezelf verder ontwikkelt door te leren uit de fouten die je maakt, want je durft helemaal geen fouten te maken.
Je kan je muren zo hoog maken dat je er zelf niet meer over geraakt en ook niet meer kan zien dat de wereld buiten de muren niet altijd zo bedreigend is dan je denkt.
Zoals deze kat met veel geduld terug heeft geleerd te genieten van liefde, aandacht en warmte, heb ik dat ook moeten leren toelaten. Eigenlijk is het leren om van jezelf te houden, jezelf die liefde en warmte te gunnen en je kwetsbaarheid te omarmen, dan komt de rest vanzelf.
Het enige verschil met de kat is dat ik kattenbrokken vies vind smaken. 😉

© 2026 Traumatigen.blog | Powered by Minimalist Blog WordPress Theme