Traumatigen.blog

Over mijn persoonlijke ervaringen met depressie, burn-out en trauma

Menu
  • Home
  • Blog
    • Als een bange kat
    • Voorgoed verdwenen in de mist
    • Bedplassen
    • De “omgekeerde” narcist
    • Verborgen narcisme
    • Omgaan met een verborgen narcist
    • Perfectionisme
    • Depressie
    • Het graf
    • Trauma
    • De oude wijze man
    • Burn-out en HSP
    • Hooggevoeligheid (HSP)
    • Vriendschappen (HSP)
Menu

Blog

De “omgekeerde” narcist

Posted on August 7, 2024February 21, 2025 by Me

Van nature probeer ik altijd te begrijpen waarom mensen bepaald gedrag vertonen en op een bepaalde manier reageren. Dit helpt me om het te kunnen plaatsen en verwerken. Lange tijd heb ik me afgevraagd waarom mijn vader al zijn hele leven lang vast zit in een slachtofferrol en daarbij anderen verantwoordelijk maakt voor zijn leven en vooral voor alles wat hem niet bevalt.
Ik heb altijd gedacht dat dat een gevolg was van de zelfmoord van mijn moeder (zie: Voorgoed verdwenen in de mist). Maar uit gesprekken met anderen bleek dat hij al van jongs af aan graag de aandacht naar zich toe trok door medelijden op te wekken of door stoere verhalen waarin hij zich graag als held portretteerde.
Hij kijkt niet met een open blik naar de wereld en houdt star vast aan zijn eigen denkbeelden. Je kunt wel een discussie met hem voeren, maar je merkt meteen dat er geen andere waarheid dan de zijne bestaat en dat hij elke verantwoordelijkheid voor zijn gedrag afwijst. Hij is ook erg goed in het ontwijken van lastige vragen en het weglachen van serieuze onderwerpen. Als je dan toch doorvraagt en je niet van de wijs laat brengen door zijn afleidingsmanoeuvres, dan raakt hij aardig geïrriteerd en begint vervelend te doen. Ik heb het nu over zijn houding naar mij als volwassene toe.
Gedurende mijn kindertijd en tienerjaren was het een ander verhaal en was hij een ware tiran die ons compleet domineerde. Zijn wil was wet en als het niet ging zoals hij wilde, dan kreeg je te maken met een zeer kort lontje. Onmiddellijk begon hij dan uit volle kracht te slaan. Als je geluk had was dat keihard met de vlakke hand of met een riem op je achterwerk, maar hij schuwde er ook niet voor om links en rechts tegen je gezicht te slaan. Ik herinner me zelfs een keer dat hij me naar de grond werkte, bovenop me ging zitten en zo hard met de vlakke hand afwisselend links en rechts tegen mijn hoofd sloeg dat ik even zwart voor mijn ogen zag. Hij stopte pas toen zijn moeder op hem riep om te stoppen met slaan.
Na de dood van onze moeder was mijn vader, na een aantal jaren in zijn eentje voor ons gezorgd te hebben, terug bij zijn moeder ingetrokken nadat diens man was overleden. Het is mijn oma die de rol van onze moeder had overgenomen. Ze was toen zelf al achteraan in de vijftig jaar oud. Als ik en mijn broer ruzie hadden en oma er niet in slaagde om de rust terug te doen keren, dan riep ze mijn vader. Als die kwam, dan wist je wel hoe laat het was.
Mijn vader heeft altijd als zelfstandige aan huis gewerkt, dus hij was nooit ver weg. Als kind hadden we schrik van hem en waren altijd op onze hoede als we iets aan het uitspoken waren. Het flink pak slaag, het schelden en schreeuwen waren nooit ver weg verwijderd.
Meestal kreeg je na de fysieke oorlogsvoering nog een toetje van psychische oorlogsvoering, waarin je de verantwoordelijkheid voor zijn ellendige leven kreeg toegeschoven. Door ons moest hij zich dag en nacht kapot werken en als stank voor dank moest hij zich dan ook nog druk maken om zijn 2 kinderen. Je werd dus ook nog eens aangepakt op je schuld- en verantwoordelijkheidsgevoel. (Zie ook: Bedplassen).
Als kind heb ik altijd het gevoel gehad dat we totaal niet meetelden. We waren maar noodzakelijk kwaad, een extra last die onze vader moest meeslepen, terwijl hij het al zo zwaar had. Het was net alsof onze moeder graag kinderen had gewild en dat hij ze dan maar verwekt had om haar een plezier te doen.
Op latere leeftijd heeft hij van mij en mijn broer ooit tijdens een hoog oplopende ruzie recht in zijn gezicht te horen gekregen dat hij beter geen kinderen had verwekt. Dat is nogal wat om te horen te krijgen als vader, maar het leek hem niet echt te raken. Hij gaf geen krimp en reageerde er niet eens op. Het moet immers niet om ons draaien, maar om hem en als het niet in zijn realiteit past, dan is het maar onzin en oninteressant.
Het is onmogelijk om tot iemand in een slachtofferrol door te dringen, want alles wat niet in hun kraam past, alle kritiek of opmerkingen worden door een slachtoffer als een aanval gezien. Ofwel ontwijken en negeren ze het, of je krijgt de bal keihard teruggekaatst. Een diepgaand gesprek of een vruchtbare discussie voeren is onmogelijk. Als je de kerk in het midden wil houden, kun je alleen maar rond de hete brij heen dansen en moeilijke onderwerpen vermijden.
Wat ook erg opvalt, is hoe egocentrisch slachtoffers zijn. Het is maar uiterst zelden dat mijn vader vraagt hoe het met mij gaat of dat hij terugkomt op iets uit mijn leven dat ik hem voorheen heb verteld. Alleen als het gaat over fysieke dingen, zoals bijv. een oogontsteking, een gebroken arm, dan heb je kans dat hij nog eens vraagt hoe het daarmee is. Het lijkt dan alsof een mens voor hem alleen maar uit onderdelen bestaat. Aan de gevoelens of de ziel van een ander wordt geen aandacht besteed, alsof het onbestaande is.
Mijn vader heeft altijd schrik gehad voor alles wat met dokters en hospitalen te maken had. Als hij al eens in een hospitaal terechtkomt, dan slaat hij helemaal door in de slachtofferrol en wordt nog onmogelijker in zijn gedrag dan hij al was. De manipulatieve tiran, die nooit tevreden is, wordt dan helemaal tot op het toppunt gedreven. Breng je een rode tandenborstel mee, dan wil hij een blauwe. Breng je een gestreepte pyjama mee, dan wil hij een geruite. Breng je 5 onderbroeken mee, dan wil hij er 10 of vindt hij wel iets anders om over te klagen. Kortom, je kunt niets goed doen. Het kost dan ook veel energie en is erg stresserend om met hem om te gaan. Om mezelf te beschermen ga ik er dan zo weinig mogelijk op bezoek. Als ik dan toch op bezoek ga, probeer ik me mentaal voor te bereiden, zodat ik niet te veel last krijg van zijn manipulatiepogingen.
Omdat ikzelf nogal gevoelig en een pleaser ben, moet ik extra oppassen dat hij me niet uit balans brengt. Wat voor mij goed werkt om niet met een schuldgevoel opgezadeld te worden, is meteen oplossingen te bieden of voor te stellen als hij het slachtoffer uithangt. Als hij deze oplossingen dan afwijst of negeert, dan is dat zijn verantwoordelijkheid en niet de mijne. Negeert hij de oplossing, dan negeer ik zijn probleem. Dat werkt voor mij het beste. Als je geen oplossing voor je probleem wil, dan heb je geen probleem en wil je alleen maar klagen of medelijden wekken. Natuurlijk zijn er altijd momenten in het leven dat iemand zichzelf zielig vind en alleen uiting wil geven aan zijn of haar leed, zonder meteen een oplossing voorgeschoteld te krijgen. Maar in het geval van mijn vader is ‘het zichzelf zielig vinden’ de rode draad doorheen zijn hele leven. Bijgevolg is mijn emmer medelijden al een flink eind leeggeschud en kun je hem toch niet helpen.
De menselijke persoonlijkheid is een complex gegeven waar je moeilijk een bepaalde sticker op kan plakken. Het is nog maar recentelijk dat ik een sticker heb gevonden die opvallend goed past bij het gedrag van mijn vader, namelijk “de verborgen narcist”, ook wel “kwetsbare narcist” genoemd. De meeste mensen hebben wel eens van narcisme gehoord. Dan gaat het vooral om de meeste bekende vorm van narcisme, namelijk de openlijke narcist. Aan de andere kant van het narcisme spectrum zit de minder bekende vorm, het verborgen of kwetsbare narcisme, die, zoals de naam al aangeeft, moeilijker te herkennen is. Ik kwam erachter toen ik op een zeker moment tegen mijn partner zei: “Het is net een omgekeerde narcist die iedereen voor zijn kar probeert te spannen om zijn eigen onzekerheid, angst en minderwaardigheid te blijven voeden”. Vanaf het moment dat ik mezelf de woorden “omgekeerde narcist” hoorde uitspreken, ben ik beginnen te zoeken naar meer informatie over narcisme. Zo kwam ik op het spoor van het verborgen narcisme. Hoe meer ik erover las in boeken en via het internet, hoe meer ik overtuigd raakte dat dit het label was dat bij mijn vader paste.

Zie Verborgen narcisme voor meer over dit onderwerp.

Bedplassen

Posted on August 7, 2024February 21, 2025 by Me

Ik heb heel lang in bed geplast. Ik denk wel tot mijn 17de. Mijn broer ook, maar veel minder lang dan ik, als ik het me goed herinner. Telkens als het weer eens gebeurd was, maakte mijn vader er een enorm drama van. “Wat gaan de buren wel niet denken als ze de lakens weer zien buiten hangen?”. “Wat als een van de buren binnenkomt en het ruikt?”. Naast het feit dat ik het zelf al verschrikkelijk genoeg vond, maakte mijn vader het nog erger met zijn ongepast grove reacties en gescheld. “Je zult wel weer te veel hebben gedronken voor je ging slapen, het is altijd hetzelfde met jou!”. “Ik heb je al 100 keer gezegd om niets meer te drinken voor het slapen gaan. Nu zit ik weer met het gezeik”.
Mijn vader reageerde altijd alsof hij het slachtoffer was, die met alle ellende van de wereld moest dealen. Hij stond er geen seconde bij stil hoe het voor mij voelde om nog wat verwijten naar mijn hoofd geslingerd te krijgen. Mijn zelfvertrouwen zat al beneden mijn schoenzolen. Ook zonder zijn gescheld schaamde ik me kapot dat ik in bed plaste. Van mijn vader hoefde ik geen steun of troost verwachten. Hij was per slot van rekening degene die getroost moest worden, niet ik. En zo ging het altijd.
Je kon gewoonweg niets goed doen en je kreeg ook niet de kans om fouten te maken en daarvan te leren. Of je deed iets in één keer goed of je bleef er maar met je “poten” vanaf. En als je toch vond dat je er met je “poten” aan moest zitten, nou, dan zwaaide er wat. En wee je gebeente als er wat zwaaide, want dan zwaaide het goed en zonder rem, met volle agressie en frustratie. Gepraat of iets uitgelegd werd er nooit, alleen geslagen, gescholden en het slachtoffer uithangen.
Niet zo gek dat ik dacht dat ik enige op de hele wereld was die tot laat in zijn tienerjaren in bed plaste, want behalve schelden en verwijten werd er niets mee gedaan.
We werden wereldvreemd en archaïsch opgevoed door een vader die zich gedroeg als een meedogenloze tiran. Telkens opnieuw gebruikte hij de slachtofferrol als excuus voor zijn gedrag: “Ik moet me godverdomme dag en nacht kapot werken voor jullie en dan krijg ik dit”.
Heel dubbel voelt het allemaal als je tegelijk met een tiran en een slachtoffer te maken krijgt.
Ik denk dat de slachtofferrol op mij nog het meeste indruk maakte. De slaag die je kreeg, deed wel pijn, maar dat was op je huid en voelde je maar tijdelijk. De voortdurende verwijten en psychische manipulatie gingen echter onder je huid zitten. Het ging aan je zelfvertrouwen knagen en zadelde je op met een vals verantwoordelijkheidsgevoel. Je ging je verantwoordelijk en schuldig voelen voor het feit dat je hem het leven zo zuur maakte. Ik weet niet of ik altijd een pleaser ben geweest of dat ik door die omstandigheden een pleaser ben geworden. Maar ik denk dat ik wel extra vatbaar was voor dit soort psychische manipulatie.
Toen ik verder ging studeren na de middelbare school op mijn 18de, was ik doodsbang dat ik op kamers ook in bed zou plassen. Zou ik het dan wel kunnen verstoppen voor het oog van medestudenten als het zou gebeuren? Ik zag de “bui” al hangen.
Bij een bezoek aan een oom kwam het bedplassen ter sprake. Deze oom was een broer van mijn moeder en was psychiater. Mijn vader had hem verteld dat ik nog altijd vaak in bed plaste. Dus de oom nam me even terzijde in zijn werkkamer voor een gesprek. Ik zat daar met het schaamrood op mijn wangen. Toen vertelde hij me dat hij op het internaat van een katholieke school gezeten had toen hij “bij de paters” studeerde. Daar had hij vaker in bed geplast en de paters hadden het laken op de gang uitgespreid waar hij bij stond zodat iedereen het kon zien.
Mijn mond viel zowat open van verbazing. Ik was dus niet de enige op de hele wereld die in bed plaste. Mijn oom had ook in bed geplast! Ik was met stomheid geslagen.
Nu moet je weten dat ik heel erg opkeek naar die oom. Wij kwamen uit een armoedig gezin, terwijl die oom een enorm groot huis had. De kinderen hadden spullen waarvan we alleen maar konden dromen en van buitenaf leek het een perfect gezinnetje dat in harmonie leefde. Voor mij was dat als een sprookje. Meer contrast met de nachtmerrie waarin ik leefde, kon er niet zijn.
Na dat gesprek met mijn oom heb ik nooit meer in bed geplast.
Vele jaren later, toen ik aan de zus van mijn moeder mijn levensverhaal vertelde en het bedplassen vermelde, reageerde ze onmiddellijk met: “O, maar dat heb ik ook gedaan en zelfs nog toen ik getrouwd was”. Blijkbaar hadden zowel de zus als de broer van mijn moeder nog lang in bed geplast.
Inmiddels weet ik dat er een erfelijke factor is gemoeid met bedplassen. Als een van de ouders het deed, dan heeft het kind meer kans op bedplassen. Maar het kan ook veroorzaakt worden door stress of trauma (PTSS = PostTraumatisch Stress Syndroom).
Mijn moeder, haar zus en broer hebben een traumatische jeugd gehad met een vader die na de oorlog lang in de gevangenis heeft gezeten. De kinderen werden verdeeld onder familie en kennissen en hadden altijd gedacht dat alles beter zou worden wanneer hun vader uit de gevangenis zou terugkomen. Maar eenmaal terug uit de gevangenis begon de ellende pas goed. De geïdealiseerde grote afwezige bleek een koele bullebak zonder enig medelijden. Of hij zo was geworden in gevangenis of altijd al zo was geweest, weet ik niet.
Ik weet niet of mijn moeder in haar jeugd last had van bedplassen. Dus het kan bij mij een erfelijke factor zijn, maar het zou me ook niet verbazen als het een gevolg is van alle stress tijdens mijn jeugd. Wie weet, misschien een combinatie van deze twee factoren.
Over de persoonlijkheid van mijn vader heb ik een aparte blog geschreven: De verborgen narcist


Voorgoed verdwenen in de mist

Posted on August 2, 2024February 21, 2025 by Me

Nadat mijn moeder was bevallen van mijn broer, kreeg ze een postnatale depressie. Ze was 25 jaar oud. Ik was zelf nog een baby. In die tijd stond de zorg voor dit soort problematiek lang niet zo ver dan nu. Ze was herstellende, kreeg medicatie en ogenschijnlijk ging het na een half jaar al wat beter. Op een avond zei ze tegen mijn vader dat ze nog wat babyspullen wou gaan halen in een winkeltje in het dorp. Ze zei dat ze daarna ging kaarten bij de ouders van mijn vader, die vlakbij woonden. Ze ging wel vaker kaarten bij de schoonouders tijdens haar herstel. Het was een mistige koude winteravond in november toen ze op de fiets vertrok. Maar haar bestemming was niet het winkeltje. Het winkeltje en daarna gaan kaarten waren slechts een dekmantel om tijd te winnen voor haar werkelijke plan. Ze wou blijkbaar genoeg tijd hebben om haar plan uit te voeren voordat iemand gealarmeerd werd.
Die avond was de laatste keer dat mijn vader haar heeft gezien en gesproken. Een maand lang was ze vermist. Mijn vader is vaak tevergeefs gaan zoeken met de auto, samen met zijn broer. Iedere nacht sinds haar verdwijning liet hij de voordeur open en het licht in de gang aan, in de hoop dat ze weer terug zou komen.
Een maand na haar verdwijning werd haar lichaam gevonden in een kanaal zo’n 20 km van het dorp. Ze was verdronken. Haar fiets is nooit teruggevonden.
Mijn moeder had zelfmoord gepleegd en mijn vader bleef achter met 2 kleine baby’s. Deze intrieste en dramatische gebeurtenis heeft zich als een schokgolf doorheen de levens van iedereen die haar kende verplaatst. Ook in mijn leven heeft deze gebeurtenis diepe sporen nagelaten.
Recentelijk vertelde mijn vader een aantal anekdotes over de tijd dat ze depressief was, waaruit blijkt dat ze aan wanen leed en erg achterdochtig was. Mijn vader had achteraf pillen gevonden in een vest dat in de kast hing. Pillen waaraan, door de verkleuring, te zien was dat ze waren ingenomen en daarna weer uitgespuwd. Ze nam haar medicatie blijkbaar niet omdat ze dokters niet vertrouwde.
Ik heb mijn moeder weliswaar nooit echt gekend en weet ook weinig van haar, maar het grote gapende gat dat ze heeft achtergelaten in mijn hart, heb ik mijn hele leven lang met me meegedragen en gevoeld. Een gat dat door niemand anders kan worden opgevuld.
Het gemis werd nog versterkt door het onvermogen van mijn vader om anderen aan te voelen en liefde te geven. Wanneer we als kind iets over onze moeder vroegen, dan vertelde hij ons dat ze ziek was en gestorven was. Als kind vroeg je dan niet verder, want het is niet zo gek dat zieke mensen dood gaan. Mijn vader vertelde me wel dat mijn moeder vanuit de hemel alles zag wat ik deed. Dus hield ik ganse gesprekken met haar als ik ‘s avonds in bed lag, vooral als ik ergens verdrietig over was.
Toen we wat ouder waren sloeg de sfeer om als er iets over onze moeder gevraagd werd. Dan werd het eerst doodstil en werd altijd dezelfde lade in de kast opgetrokken en dezelfde foto’s van haar getoond. Veel meer dan dat ze klein van gestalte was, goedlachs en veel van kinderen hield, kwamen we niet te weten. Ik denk dat ik rond de 20 jaar oud was toen de woorden “zelfmoord” en “postnatale depressie” vielen. Hoewel ik wel voelde dat er rond haar dood een gewisse lading hing en ook wel wat vermoedens had, kwamen deze woorden toch nog als een schok. Ze kwamen ook niet uit de mond van mijn vader, maar van een oom, de broer van mijn moeder. Deze was ook wel verbaasd dat het voor ons de eerste keer was dat de oorzaak van haar dood echt benoemd werd. Voor het eerst vernamen we ook iets over haar jeugd, die op zijn zachtst gezegd niet rooskleurig was. Het leek er wel op dat in haar jeugd de kiem was gelegd voor latere problemen. Een kiem die waarschijnlijk later voeding kreeg toen ze bij mijn vader ook niet echt in een warm bad terechtkwam.
Er zullen altijd veel vraagtekens blijven rond haar dood. Pas op latere leeftijd ben ik wat door gaan vragen bij mijn vader en bij de nog in leven zijnde zus van mijn moeder. Maar er is een heel lange periode geweest dat ik daar niet mee bezig wilde zijn, omdat ik toch nooit antwoorden zou krijgen. En als je een antwoord van iemand krijgt, dan is het wellicht een gekleurd antwoord, een eigen invulling.
Later leerde ik dat ik haar dood eigenlijk nooit echt verwerkt had en de pijn van dat verlies altijd op afstand heb gehouden. Door mijn moeder terug in mijn leven toe te laten en in mijn hart te sluiten, werd de grote afwezige weer een aanwezige. Het grote gapende gat wordt zo weer wat gevuld.
Klinkt makkelijk, maar dit was ook een heel proces waarop ik in een volgende blog terugkom.

Als een bange kat

Posted on July 31, 2024February 21, 2025 by Me

Reeds als kleuter was ik dol op katten. Het was een beetje mijn bron van onvoorwaardelijke liefde, want een andere was er niet in mijn jeugd. Ik heb mijn hele leven lang katten gehouden, als het enigszins mogelijk was.
Eén van onze katten hebben we uit het asiel vandaan gehaald, zoals we vroeger al vaker hadden gedaan. Bij ons bezoek aan de kattenverblijven was er één kat die me meteen opviel. Ze zat met hele grote ogen superbang en als verstijfd te kijken naar al de mensen die voorbij liepen. Alsof ze bang was dat ze uitgekozen zou worden.
Ik wist gelijk: deze kat wil ik, want ik zag dat ze mensen nodig heeft die veel geduld en liefde voor katten hebben. Ik dacht: als ik niet voor haar ga, dan gaat misschien niemand voor haar. Want wie wil er nu zo’n bange kat?
We namen haar mee naar huis en lieten haar eerst wennen in onze logeerkamer, zodat ze niet meteen geconfronteerd werd met onze andere kat. Meteen nadat ze uit de vervoersbox werd gelaten, vluchtte ze het bed onder. Daar heeft ze zich 3 volle weken verschuilt. Iedere dag ging ik of mijn vrouw aan dat bed op de grond zitten om haar gerust te stellen met snoepjes en spelen en haar vertrouwen te winnen. We hadden een camera in de kamer geïnstalleerd en zagen dat ze alleen ‘s nachts onder het bed vandaan kwam als niemand in de buurt was. Heel voorzichtig en schuw verkende ze dan de kamer. Bij het minste geluid vluchtte ze dan weer het bed onder, om daar weer uren te schuilen.

Nu na jaren vertrouwt ze ons, maar in bepaalde situaties komt de oude angstreflex terug naar boven en raakt ze weer in de stress. Door de jaren heen kan ze steeds sneller terugschakelen van angst naar vertrouwen en komt ze sneller weer uit haar vluchtoord tevoorschijn.

Wat trok me zo aan in deze kat?
Wel, ik denk dat mijn innerlijke kind zich in deze kat herkende. Misschien heeft deze kat iets meegemaakt in de beginfase van haar leven, waardoor ze het vertrouwen in mensen was kwijtgeraakt, net zoals ik. En, net zoals deze kat, heb ik na al die jaren nog steeds een soort angstreflex wanneer het oud zeer, het trauma wordt getriggerd. Door steeds meer bewust te worden dat het een reflex is, een reactie op oude pijn, kan ik gaandeweg sneller terugschakelen van angst naar vertrouwen. Zoals bij deze kat heeft het bij mij ook lang geduurd voordat ik mijn beschermingsmuren durfde te laten zakken en zodat mijn ware ik tot ontwikkeling kon komen. Wanneer je je verschuilt achter hoge muren om je kwetsbaarheid te verbergen en jezelf te beschermen, dan ontzeg je jezelf ook de mogelijkheid om liefde en warmte te ontvangen en te groeien. Angst is nooit een goede raadgever, want het voorkomt dat je stappen maakt. Het voorkomt dat je jezelf verder ontwikkelt door te leren uit de fouten die je maakt, want je durft helemaal geen fouten te maken.
Je kan je muren zo hoog maken dat je er zelf niet meer over geraakt en ook niet meer kan zien dat de wereld buiten de muren niet altijd zo bedreigend is dan je denkt.
Zoals deze kat met veel geduld terug heeft geleerd te genieten van liefde, aandacht en warmte, heb ik dat ook moeten leren toelaten. Eigenlijk is het leren om van jezelf te houden, jezelf die liefde en warmte te gunnen en je kwetsbaarheid te omarmen, dan komt de rest vanzelf.
Het enige verschil met de kat is dat ik kattenbrokken vies vind smaken. 😉

  • Previous
  • 1
  • 2
© 2026 Traumatigen.blog | Powered by Minimalist Blog WordPress Theme