
Ik heb heel lang in bed geplast. Ik denk wel tot mijn 17de. Mijn broer ook, maar veel minder lang dan ik, als ik het me goed herinner. Telkens als het weer eens gebeurd was, maakte mijn vader er een enorm drama van. “Wat gaan de buren wel niet denken als ze de lakens weer zien buiten hangen?”. “Wat als een van de buren binnenkomt en het ruikt?”. Naast het feit dat ik het zelf al verschrikkelijk genoeg vond, maakte mijn vader het nog erger met zijn ongepast grove reacties en gescheld. “Je zult wel weer te veel hebben gedronken voor je ging slapen, het is altijd hetzelfde met jou!”. “Ik heb je al 100 keer gezegd om niets meer te drinken voor het slapen gaan. Nu zit ik weer met het gezeik”.
Mijn vader reageerde altijd alsof hij het slachtoffer was, die met alle ellende van de wereld moest dealen. Hij stond er geen seconde bij stil hoe het voor mij voelde om nog wat verwijten naar mijn hoofd geslingerd te krijgen. Mijn zelfvertrouwen zat al beneden mijn schoenzolen. Ook zonder zijn gescheld schaamde ik me kapot dat ik in bed plaste. Van mijn vader hoefde ik geen steun of troost verwachten. Hij was per slot van rekening degene die getroost moest worden, niet ik. En zo ging het altijd.
Je kon gewoonweg niets goed doen en je kreeg ook niet de kans om fouten te maken en daarvan te leren. Of je deed iets in één keer goed of je bleef er maar met je “poten” vanaf. En als je toch vond dat je er met je “poten” aan moest zitten, nou, dan zwaaide er wat. En wee je gebeente als er wat zwaaide, want dan zwaaide het goed en zonder rem, met volle agressie en frustratie. Gepraat of iets uitgelegd werd er nooit, alleen geslagen, gescholden en het slachtoffer uithangen.
Niet zo gek dat ik dacht dat ik enige op de hele wereld was die tot laat in zijn tienerjaren in bed plaste, want behalve schelden en verwijten werd er niets mee gedaan.
We werden wereldvreemd en archaïsch opgevoed door een vader die zich gedroeg als een meedogenloze tiran. Telkens opnieuw gebruikte hij de slachtofferrol als excuus voor zijn gedrag: “Ik moet me godverdomme dag en nacht kapot werken voor jullie en dan krijg ik dit”.
Heel dubbel voelt het allemaal als je tegelijk met een tiran en een slachtoffer te maken krijgt.
Ik denk dat de slachtofferrol op mij nog het meeste indruk maakte. De slaag die je kreeg, deed wel pijn, maar dat was op je huid en voelde je maar tijdelijk. De voortdurende verwijten en psychische manipulatie gingen echter onder je huid zitten. Het ging aan je zelfvertrouwen knagen en zadelde je op met een vals verantwoordelijkheidsgevoel. Je ging je verantwoordelijk en schuldig voelen voor het feit dat je hem het leven zo zuur maakte. Ik weet niet of ik altijd een pleaser ben geweest of dat ik door die omstandigheden een pleaser ben geworden. Maar ik denk dat ik wel extra vatbaar was voor dit soort psychische manipulatie.
Toen ik verder ging studeren na de middelbare school op mijn 18de, was ik doodsbang dat ik op kamers ook in bed zou plassen. Zou ik het dan wel kunnen verstoppen voor het oog van medestudenten als het zou gebeuren? Ik zag de “bui” al hangen.
Bij een bezoek aan een oom kwam het bedplassen ter sprake. Deze oom was een broer van mijn moeder en was psychiater. Mijn vader had hem verteld dat ik nog altijd vaak in bed plaste. Dus de oom nam me even terzijde in zijn werkkamer voor een gesprek. Ik zat daar met het schaamrood op mijn wangen. Toen vertelde hij me dat hij op het internaat van een katholieke school gezeten had toen hij “bij de paters” studeerde. Daar had hij vaker in bed geplast en de paters hadden het laken op de gang uitgespreid waar hij bij stond zodat iedereen het kon zien.
Mijn mond viel zowat open van verbazing. Ik was dus niet de enige op de hele wereld die in bed plaste. Mijn oom had ook in bed geplast! Ik was met stomheid geslagen.
Nu moet je weten dat ik heel erg opkeek naar die oom. Wij kwamen uit een armoedig gezin, terwijl die oom een enorm groot huis had. De kinderen hadden spullen waarvan we alleen maar konden dromen en van buitenaf leek het een perfect gezinnetje dat in harmonie leefde. Voor mij was dat als een sprookje. Meer contrast met de nachtmerrie waarin ik leefde, kon er niet zijn.
Na dat gesprek met mijn oom heb ik nooit meer in bed geplast.
Vele jaren later, toen ik aan de zus van mijn moeder mijn levensverhaal vertelde en het bedplassen vermelde, reageerde ze onmiddellijk met: “O, maar dat heb ik ook gedaan en zelfs nog toen ik getrouwd was”. Blijkbaar hadden zowel de zus als de broer van mijn moeder nog lang in bed geplast.
Inmiddels weet ik dat er een erfelijke factor is gemoeid met bedplassen. Als een van de ouders het deed, dan heeft het kind meer kans op bedplassen. Maar het kan ook veroorzaakt worden door stress of trauma (PTSS = PostTraumatisch Stress Syndroom).
Mijn moeder, haar zus en broer hebben een traumatische jeugd gehad met een vader die na de oorlog lang in de gevangenis heeft gezeten. De kinderen werden verdeeld onder familie en kennissen en hadden altijd gedacht dat alles beter zou worden wanneer hun vader uit de gevangenis zou terugkomen. Maar eenmaal terug uit de gevangenis begon de ellende pas goed. De geïdealiseerde grote afwezige bleek een koele bullebak zonder enig medelijden. Of hij zo was geworden in gevangenis of altijd al zo was geweest, weet ik niet.
Ik weet niet of mijn moeder in haar jeugd last had van bedplassen. Dus het kan bij mij een erfelijke factor zijn, maar het zou me ook niet verbazen als het een gevolg is van alle stress tijdens mijn jeugd. Wie weet, misschien een combinatie van deze twee factoren.
Over de persoonlijkheid van mijn vader heb ik een aparte blog geschreven: De verborgen narcist